Piet Souer, mijn eerste ontmoeting met Ramses.

Lees de komende tijd herinneringen aan de Shaffy Tijd! Op 8 en 9 november vieren we het Shaffy Weekend in Felix Meritis. Kijk hier voor meer informatie en kaartverkoop voor het Shaffy Weekend.
—————————————————————————————————————

Mijn eerste ontmoeting met Ramses
Piet Souer

Mijn eerste ontmoeting met Ramses was in het gebouw Felix Meritis aan de Keizersgracht te Amsterdam. In de periode dat ik met Lenny Kuhr als gitarist speelde, zo rond 1969, ontmoetten wij regelmatig Thijs van Leer. Hij speelde toen met Ramses in het theaterprogramma Shaffy Verkeerd. Die productie werd opgevoerd in het Shaffy Theater, zoals Felix Meritis vanaf dat jaar officieel genoemd werd.

Op een dag zochten wij Thijs op in het Shaffyzaaltje, de bovenetage van dat gebouw. Vanaf het moment dat Ramses halverwege de middag binnentrad, veranderde er iets in de ruimte, iets dat het directe gevolg was van het feit dat de man overliep van charisma. Zelfs aan Thijs zag je nog steeds de bewondering voor de man en artiest Shaffy. Toen ik een aantal jaren later ben gaan componeren en arrangeren schreef ik op een dag Te veel te vaak voor Liesbeth List. Een single die toen werd geproduceerd door Hans van Hemert. Met Hans werkte ik veel samen in die tijd, o.a. voor LUV. Het liedje werd een top tien hit zo rond de midden jaren zeventig. Omdat Hans van Hemert zoveel succes had als platenproducer, kreeg hij bij Philips – Phonogram de opdracht een duetten LP te maken met Ramses en Liesbeth. Hans vroeg mij of ik nog wat composities had liggen.

Ik ben mij toen gaan verplaatsen in Ramses en dacht natuurlijk aan ho, ho, ho, iets dat zo muzikaal kenmerkend was voor Shaffy. Aan de piano vertaalde ik dat muzikaal door de tekst Samen, ja Samen, ja Samen door de jaren heen. Dit was zo typerend voor Ramses dat ik pas vanuit dat punt compositorisch ben afgedaald naar allerlei melodische inleidingen. Kortom, ik was toen al vertrouwd met het gegeven dat componeren bestaat uit het binnenstappen van een wereld die zijn eigen straten, kruisingen en pleinen kent. Daar waar ik dacht linksaf te gaan, stootte ik mijn neus en ging dan maar weer eens rechts af, en zo kwam dan ten slotte ook dit lied weer tot een eindresultaat. Toen ik het voor de ‘jury’ voorspeelde werd het goed bevonden. Vervolgens werd ik geacht samen te gaan zitten met Ramses om naar zijn onvoltooid werk te luisteren of eventueel iets samen te gaan maken. Wij maakten in Amsterdam een afspraak op de Derde Weteringdwarsstraat tegenover het bekende café De Gelaghkamer. ’s Morgens vroeg belde ik aan en Ramses deed open. Ik keek vanaf de stoep een gang in, die redelijk duister en behoorlijk macaber leek. Vervolgens gingen we de woonkamer in, die tot mijn grote verbazing vol met lege drankflessen stond. Het licht kwam via gebroken, ondoorzichtige ramen naar binnen en vele beschimmelde, niet afgewassen glazen, pannen, potten, bestek en borden lagen op de vloer. In de schouw waar ooit een kachel had gestaan lag een oud Perzisch tapijt. Ramses vertelde me dat hij dat ‘hokje’ wel een prettig slaapplekje vond. Ik dacht: Hoe kunnen wij in deze ruimte ooit nog iets gaan creëren? Hij leidde mij na deze rondleiding weer naar het duistere gangetje alwaar een zijdeur was die toegang verschafte tot een brandschone kamer. Deze kamer was ingericht met keurige schrootjes waarin een gloednieuwe zwarte vleugel stond. Hij vertelde me dat Phonogram, destijds zijn platenmaatschappij, deze ruimte op hun kosten voor hem hadden ingericht en verbouwd op voorwaarde dat deze kamer zo moest blijven en niet bevuild mocht worden. Toen wij zo rond een uur of elf aan de vleugel zaten moest hij even weg. Met twee flessen jenever kwam hij even later van de slijterij terug: “Één voor jou, één voor mij!”

In mijn herinnering hebben we leuk samen gewerkt, waarbij ik veel inspiratie opdeed, vooral door zijn harmonieën. Ik vond dat zo briljant. Het deed me vaak aan Debussy of Ravel denken. De LP productie die ik eveneens dirigeerde werd zeer bezield ingezongen. Het lied Samen heb ik altijd bij me gedragen, zo’n lied van: “Dat zit in mijn ziel en dat verlaat mij niet; dat neem ik overal mee naar toe”.

Ramses Shaffy Songbook

Jaren later, zo rond 2007 kort voor zijn overlijden, ben ik Ramses nog gaan opzoeken in het Sarphatihuis te Amsterdam waar hij toen inmiddels woonde. Omdat ik het Shaffy Songbook Een turbulent leven in liedjes had gekocht als cadeau voor een vriend die een groot bewonderaar was van Shaffy, dacht ik twee vliegen in één klap te slaan door hem weer eens te spreken en hem daarna het boek te laten signeren.  Bij de balie aangekomen vroeg ik aan een vrouw waar ik Ramses kon vinden waarop ze antwoordde: “Als u goed luistert, dan hoort U hem aankomen, want hij schuifelt”. Direct daarna kwam Ramses met zijn rollator aan en het eerste wat ik hem vroeg was: “Hoe gaat het met je”? En toen sprak hij de onsterfelijke woorden: “Daar ga ik niet over”. Daarna signeerde hij het boek en ging ik blij  weg. Hoewel het boek een cadeau was voor een goede vriend koesterde ik het als een kleinood en als een symbolische schat van prachtige herinneringen die ik aan deze man heb.